Vrijheid

 

In de reeks nieuwe werken van Marcel Verbrugge verkent hij de grenzen van de vrijheid in het licht van de menselijke conditie. Om de onvrijheid te verbeelden maakt Verbrugge gebruik van een figuratieve beeldtaal. Om over te gaan op een abstracte benadering, wanneer hij de aandacht verlegt van de verbeelding van het status quo naar het streven om de ban van de onvrijheid te doorbreken. In een tweetal werken met de titel “Getekend” is  de huid van menselijke gestalte het canvas, waarop de geschiedenis haar sporen heeft achtergelaten (Getekend 01). En in een andere interpretatie als individu, deel uitmakend van een groep, maar gescheiden door sexe, lust en persoonlijkheid. (Getekend 02). In “ Dichtgetimmerd” lijkt de menselijke vrijheid enkel nog als hypothetisch gegeven aanwezig te zijn. Banaliteit en rauwe troosteloosheid staren ons vanachter de timmerwerk aan. De mens, gevangen gezet in zichzelf, bepaald door een leven vol beperkingen.

In een volgende reeks tekeningen verplaatst de aandacht zich naar de worsteling, die de kunstenaar voert om die beperkingen te doorbreken.  In “Breaking Out 01” worstelen lijn en vlak om zich los te maken uit het gewoel van de achtergrond. En in de daarop volgende tekeningen “Breaking Out 02 en Breaking Out 03” vormt het omringende wit van het papier een open kader , waarin de dynamiek van vlak en lijn zich een weg vechten naar de zo begeerde vrijheid. Het hoogtepunt vormt het magistrale werk “Kosmos”, waarin de factor toeval zich laat kennen als een bevrijdende kracht voor de verbeelding. Verbrugge beschouwt dit werk, dat geheel autonoom ontstaan is zonder tussenkomst van de kunstenaar, als een geschenk en een veelbetekenend antwoord op de opgeworpen vraagstellingen.

 

* “Getekend 01 en 02, Breaking Out 01,02 en 03” waren tijdelijke titels

 

Kosmos

 

Marcel Verbrugge schildert en tekent, neemt waar en interpreteert. Die bundeling van acties maakt het moeilijk voor een kunstenaar om onbevooroordeeld naar eigen werk te kijken. In de beoordeling van het werk stuit hij bij voortduring op zichzelf, op het arbitraire van zijn handelingen. Een lijn is zo getrokken, maar had ook anders kunnen zijn. Dit dilemma verdwijnt, wanneer de kunstenaar afziet van handelen. Hij weet uit het beeld te verdwijnen en dat verleent het kunstwerk extra zeggingskracht. Bij afwezigheid van intentionele handelingen worden de poorten naar de verbeelding wijd open gezet. En door die poorten betreden we de Tempel van Salomo. In het diepe zwart van de foto tekent zich een dramatische lichtwerking af en zodra het oog de twee donkere figuurtjes op de voorgrond als referentiekader neemt, wordt de ruimtelijkheid van het tafereel onmogelijk ver opgeblazen. Het beeld van de tempel gaat over op een beeld van de kosmos. Tussen de zuilen schitteren onbekende sterrenstelsels en het simpele gegeven, dat het uitgangspunt slechts uit stofjes en toevallige vegen bestond, maakt het mysterie alleen maar groter. “Kosmos” wordt binnen dit kader een uitdrukkingsvorm voor de vrije verbeelding.

 

Tekst: Antonie den Ridder