[UA-26336243-1]

tentoonstelling “Keer en Wederkeer” in huis Kernhem Ede

“Keer en Wederkeer”, een tentoonstelling van beelden, tekeningen en schilderijen. Gemaakt naar aanleiding en op basis van een intensieve dialoog in woord en beeld tussen een tweetal kunstenaars. De beelden zijn van Antonie den Ridder, de schilderijen en tekeningen van Marcel Verbrugge.

Huis Kernhem, Kernhemseweg 7 te Ede
van 30 augustus t/m 14 september op zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur
www.huiskernhem.nl

Uitnodiging enkel-1 Marcel copy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 2014, het jaar, waarin we terugblikken op het feit, dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog een aanvang nam, wilden Antonie den Ridder en Marcel Verbrugge in een gezamenlijk project  hun persoonlijke engagement bij de fenomenen “oorlog” en ”vrede” onderzoeken. Op basis van veelvuldige wederzijdse atelierbezoeken en onderlinge gesprekken is een beeldende dialoog ontstaan tussen beide kunstenaars.FFFV7843 002 72 dpi defEen dialoog met knooppunten, die ons kriskras door de tijd voerde. Maar ook met momenten van verwijdering, wanneer het persoonlijke zich niet door het gemeenschappelijke liet verdringen. Het resultaat van dit intensieve proces heeft de vorm aangenomen van een aangrijpende en veelzijdige tentoonstelling. Zo is het verhaal, dat startte met een pistoolschot in Sarajevo, getransformeerd naar een beeldend relaas over het geheugen en de mogelijkheid om mentaal te reizen in de tijd.Een dialoog in de verbeelding, die hoop tegenover wanhoop en optimisme tegenover desillusie plaatst. In het domein van het eigen atelier transformeerden de harde feiten van de geschiedenis naar een persoonlijk en menselijk verhaal over gedroomde mogelijkheden en het eeuwig tekortschieten van de mens.
Het resultaat is de  tentoonstelling “Keer en Wederkeer”, die even onvoltooid is als de geschiedenis, waaraan ze refereert. De twintigste eeuw heeft ons mensbeeld aardig door elkaar geschud en in de 21ste eeuw moet nog een aanvang gemaakt worden met het definiëren van een passender beeld om de status quo van de moderne mens recht te doen. Wordt de last van de ezel met de naam Geheugen werkelijk lichter, wanneer de stand van de techniek het mogelijk maakt feitenkennis te digitaliseren en op te slaan in de kleinst denkbare chip?  Een lastige eigenschap van “ons ezeltje”, het onvermogen en de onwil om te vergeten, zal misschien ooit een beslissende factor blijken te zijn bij het vermijden van aanstootgevende stenen op een onzeker pad.

FFFV7832 002 72 dpi def

draagbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

transformatie, de machine

transformatie, de machine

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

schaduw van wolken

wachten op Aurora

FFFV7835 002 72 dpi def

06/6020608/945

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FFFV7837 002 72 dpi defdef

onverdeeld volbracht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Z.t.

Z.t.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Z.t.

Z.t.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Keer en wederkeer

Lange tijd zochten Marcel Verbrugge en Antonie den Ridder naar een gelegenheid om samen te werken en hun krachten te bundelen voor een betekenisvolle tentoonstelling. De rode draad in het project, die uit de samenwerking is voortgekomen, is een terugblik op het losbarsten van de Eerste Wereldoorlog. De gewelddadige botsing tussen volkeren en culturen, die het einde van een tijdperk betekende en een nieuw tijdperk inluidde. Honderd jaren scheiden ons van het georganiseerde geweld, dat De Grote Oorlog heette te zijn, die echter later de Eerste bleek te zijn.
Is het een teken van relativering of van afstomping, dat we bij het bereiken van de jaren van de volwassenheid in de Tweede Wereldbrand de opmaat naar een derde en ditmaal allesvernietigende catastrofe zagen? “……..totdat de bom valt” klonk het liedje van Doe Maar in 1982. Toen behoorden de rakettencrisis van Cuba, de invallen in Hongarije en Tsjecho-Slowakije en de Muur door Berlijn al tot het bestofte deel van de geschiedenis.
We worden gevormd door wat we scheppen. En de aldus vormgegeven wereld bezit op basis van die wederkerigheid de macht om zowel een dader als een slachtoffer van ons te maken. Oorzaak en gevolg zijn inwisselbare grootheden, als we de geschiedenis proberen te overzien. Slaan we dan enkel de feiten op in ons collectieve geheugen? Als last van de ezel, die zich bij voortduring aan dezelfde steen stoot?

Een eeuw vormt een tijdspanne, die net even te omvangrijk is om persoonlijke indrukken vast te leggen. We zijn afhankelijk van de overlevering. Hoe anders was dat voor een kunstenaar als Theo van Doesburg, die in een directe confrontatie met het oorlogsgeweld verzuchtte:  “Ik had veel vertrouwen gehad in het hogere en het geestrijke der mensen. Daar stond ik opeens voor de rauwe werkelijkheid. Geen kunst, geen liefde, geen wijsheid maar granaten, granaten, granaten.”
De desillusie over de strijd, het leven en de kunst heeft een sterk persoonlijk karakter. Als kunstenaar kun je weinig met de grote algemeenheden in een terugblik en daarom kozen Verbrugge en Den Ridder voor het detail en het persoonlijke in overgeleverde verhalen. Ze gingen op zoek naar waarnemingen, die door de gekozen invalshoek betekenisvol inhaakten op eigen fascinaties en vraagstellingen. Een fascinatie voor de schok van een onbekende toekomst en vraagstellingen over grenzen, die zowel hele landen als de mens als individu van een identiteit voorzagen. Vraagstellingen die een rode draad zouden gaan vormen binnen de zoektocht naar de inhoudelijke dialoog van hun tentoonstelling.

Een tentoonstelling rond de werken van twee kunstenaars levert logischerwijze twee verhaallijnen op. Verhalen, die wijken, parallel lopen en soms elkaar kruisen. De in woord en beeld gevoerde dialoog verliep even vlot naar de loopgraven van Verdun als naar sciencefiction-verhalen. Welk fenomeen zou een jonge soldaat in De Grote Oorlog hebben waargenomen, oog in oog staand met een voor hem tot dan toe onbekende strijdmachine? Marcel Verbrugge visualiseerde die verwarrende indruk, de ontmoeting met de eerste tank. Ondertussen werkte Antonie den Ridder aan een beeld met de titel “De ontvoering van Europa”, waarin de verwording van oorspronkelijke idealen centraal stond. Een allegorische voorstelling, die later een tegenhanger vond in een grote houtskooltekening van Marcel, waarin de slachtoffers en daders van het oorlogsgeweld door het lot verbonden schijnen te zijn, brengt Marcel Verbrugge in de tekening  “Little boy” zijn verwondering tot uitdrukking, dat een enkel gebouw in het midden van de nucleaire storm het ontketende geweld van de atoombom heeft doorstaan, dan plaatst Den Ridder daar als een vileine tegenzet zijn “Little boy running” tegenover. Een gebouw is soms fortuinlijker dan de menselijke bewoners. Maar wanneer Marcel in loodgrijze tinten het uur van de nacht vastlegt, waarin wanhoop aan het hart knaagt en hoop een flakkerende kaars is, wendt Antonie zich vanuit eenzelfde geestesgesteldheid tot het technologisch optimisme na de beide wereldoorlogen. Met het beeld “Beam me up!”, een verwijzing naar de televisieserie “Star Trek” maakt hij een koppeling naar de revolutionaire ontwikkelingen in het genetisch onderzoek van de laatste jaren. Een verhulde noodkreet om het onmogelijke te laten geschieden. “Haal me weg uit dit tranendal en verplaats me naar een betere toekomst!” Hier kruisen de wegen en daar komen ze samen.

Zo is het verhaal, dat startte met een pistoolschot in Sarajevo, getransformeerd naar een beeldend relaas over het geheugen en de mogelijkheid om mentaal te reizen in de tijd. Een dialoog in verbeeldingen, die hoop tegenover wanhoop en optimisme tegenover desillusie plaatst. Terug in het eigen domein van het atelier transformeerden harde feiten van de geschiedenis naar een persoonlijk en menselijk verhaal over gedroomde mogelijkheden en het eeuwig tekortschieten van de mens.
Uiteindelijk leidde dit alchimistische proces tot deze tentoonstelling, die even onvoltooid is als de geschiedenis, waaraan ze refereert. De twintigste eeuw heeft ons mensbeeld aardig door elkaar geschud en in de 21ste eeuw moet nog een aanvang gemaakt worden met het definiëren van een passender beeld om de status quo van de moderne mens recht te doen. Wordt de last van het arme ezeltje genaamd Geheugen werkelijk lichter, wanneer de stand van de techniek het mogelijk maakt feitenkennis te digitaliseren en op te slaan in de kleinst denkbare chip? “Allemaal dragen we op onze schouders het juk van de monotonie en allemaal koesteren we hoop.”  De woorden van de Portugese schrijver José Saramago klinken tot ons vanuit een postuum uitgegeven roman en vergezellen ons op onze koppige queeste langs de krochten van de geschiedenis. Deze lastige eigenschap van “ons ezeltje”, het onvermogen om te vergeten, zal misschien ooit een beslissende factor zijn bij het vermijden van aanstootgevende stenen op een onzeker pad.

Tekst: Antonie den Ridder


Marcel Verbrugge  “Onvoltooid volbracht”

Er zijn zoveel aangenamere onderwerpen, die je als thema binnen de beeldende kunst kunt behandelen; de liefde, de schoonheid van de natuur. Dus wat bezielt een kunstenaar om naar aanleiding van een algemene herdenking van de aanvang van de Eerste Wereldoorlog het verschijnsel  “oorlog” tot tentoonstellingsthema te kiezen?
Marcel Verbrugge is in 1947 geboren in Rotterdam. Hij liep als kind met zijn vader langs de puinhopen van een verwoeste stad. Zoiets schept een referentiekader, waartegen latere ervaringen worden afzet. Oorlog is dan geen abstract begrip of een verafgelegen oord, maar het ligt heel concreet slechts een paar straten van je verwijderd. Uit zijn oeuvre als beeldend kunstenaar spreekt de fascinatie van Marcel Verbrugge voor het zinnenstrelende maar o zo kwetsbare menselijke lichaam, voor de schoonheid van het verval en de betekenis, die we toe kunnen kennen aan de menselijke existentie. Verbrugge heeft zich altijd meer laten bepalen door de zeggingskracht van het thema dan door blinde trouw aan een bepaalde techniek of stijl. Zo ook, wanneer hij zijn onderzoekende geest op de duistere verschijningsvormen van de moderne oorlog richt. In de eerste bijdragen aan het thema daalt Verbrugge af in de hel van het concentratiekamp.  Het werk “Draagbaar” en de impressies van de vrouwenbarakken maken invoelbaar met welk fanatisme het nazistisch systeem de identiteit van haar slachtoffers weg wilde vagen.

De beeldtaal van Verbrugge wordt surrealistischer, wanneer hij dieper de geschiedenis induikt en de waanzin van de loopgravenoorlog en de oorlogsmachines uit de Eerste wereldoorlog verbeeldt. In het tweetal daarop volgende werken “Schaduw van Wolken” en “Wachten op Aurora” verplaatst het perspectief van de kunstenaar zich opnieuw naar de menselijke dimensie. Hoop en wanhoop strijden met elkaar op het randje van de nacht.
In “Schaduw van Wolken” krijgt de rusteloze dynamiek een bijna muzikale wending, terwijl de loodgrijze nacht van “Wachten op Aurora” de tijd zelf lijkt stil te zetten. Deze twee monumentale schilderijen vormen spiegels, waarin getormenteerde zielen zich kunnen herkennen. Twee wand vullende tekeningen in houtskool geven een laatste wending aan de zoektocht van de kunstenaar. In “06160206081945”, de exacte tijdsaanduiding van de ontploffing van de atoombom in Hiroshima ” verwondert Verbrugge zich over details van de eigenaardige impact van de bom. Maar in zijn laatste tekening “Onvoltooid volbracht” brengt hij in een groot gebaar de hele tragedie van een door oorlog geteisterde eeuw in beeld. We zien een allegorische voorstelling, waarin slachtoffers en daders door het lot met elkaar verbonden lijken te zijn.
De blinde wraakzucht , het gedragen verlies en de ontgoocheling vormen de trieste balans van het geheel. Het zijn de losse draden van het verhaal, het onvoltooide deel van een werkelijkheid, die we af willen sluiten zonder daar ooit succesvol in te slagen.

Marcel Verbrugge voltooide zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem en ontving in 2008 de Edese Cultuurprijs.

 


 Antonie den Ridder  “Het gewicht van het geheugen”

Er zijn zoveel aangenamere onderwerpen, die je als thema binnen de beeldende kunst kunt behandelen; de liefde, de schoonheid van de natuur. Dus wat bezielt een kunstenaar om naar aanleiding van een algemene herdenking van de aanvang van de Eerste Wereldoorlog het verschijnsel  “oorlog” tot tentoonstellingsthema te kiezen? Antonie den Ridder is in 1956 geboren in Breda. In zijn jeugd waren de herinneringen aan de wereldoorlogen al ingedikt tot avontuurlijke verhalen van ouders en grootouders. Maar in zijn geboortejaar vielen de Sovjettroepen Hongarije binnen en in 1968 deden ze het nog eens dunnetjes over in Tsjecho-Slowakije. In de huiselijke sfeer heerste de angst voor een onvermijdbaar geachte nucleaire confrontatie in de vorm van een Derde Wereldoorlog. Ook dat vormt een referentiekader in je ontwikkeling.
Een groot deel van de beelden, die Antonie den Ridder sinds 1986 gerealiseerd heeft, hebben betrekking op het begrip “identiteit” en de plaats, die dit al dan niet te definiëren verschijnsel in zou nemen in het grotere geheel van de natuur. Als startpunt voor een tentoonstelling, die terug zou blikken op de mondiale conflicten in de achter ons liggende eeuw koos Den Ridder een tweetal oudere beelden. “Identiteit” en “Book of Nature”. In samenhang roepen de beelden vragen op over de plaats van de mens, die ondanks zijn culturele verworvenheden nog steeds deel uit maakt van een natuurlijke ordening, die we vaak als puur willekeurig ervaren. Kun je oorlog als een cultureel fenomeen beschouwen of als voortgekomen uit de natuurlijke aard van het beestje?

De eerste specifieke bijdrage van Den Ridder aan het gezamenlijke project, is het beeld “Europa”. Een speelse allegorie, waarbinnen de begeerlijke dame niet door zonnestier Zeus, maar door de aantrekkingskracht van de euro geschaakt wordt. Maar al snel volgden bijdragen met een meer donkere toon. “Factory of Tears” verbeeldt het effect van totalitaire systemen. Hoe prachtig de ideeën aanvankelijk geklonken mogen hebben, ze zijn niets meer dan de productiemethoden van een industrie, die enkel tranen wist voort te brengen. In de daarop volgende beelden “Beam me up!” en “Tale of Time” wordt het thema van de tentoonstelling gerelateerd aan processen van desintegratie en aggregatie. Hier dringt het idee van de eeuwige terugkeer van de dingen zich op. En Friedrich Nietzsche legt ook nog eens de relatie naar het begrip “identiteit”.  “De beweging van ontstaan en vergaan noemen we tijd, ze lost iedere identiteit op”. Maar het weten van grote wijsheden smoort zelden de pijn van het verlies.
Het laatst vervaardigde installatie-achtige beeld van Den Ridder met de titel “Little boy, running” is een beeldende reactie op de houtskooltekening van Marcel Verbrugge, waarin de atoombom met het koosnaampje “Little Boy” centraal staat. Het edele doel, dat als rechtvaardiging wordt gebruikt, blijft innig verbonden met het leed, dat ermee wordt aangericht. Die ene kleine jongen veegt de andere letterlijk van de kaart.

Antonie den Ridder heeft als beeldend kunstenaar projecten gerealiseerd in o.a. Nederland, België, Duitsland, Tsjechië, U.K. en Turkije. Hij is recensent van De Gelderlander en publicist bij het blad “Beelden”

 http://antoniedenridder.nl

 

Leave a comment


Name*

Email(will not be published)*

Website

Your comment*

Submit Comment

© Copyright Marcel Verbrugge - Designed by Pexeto
UA-26336243-1